Tot die goederen behoort ook de buurtschap, die ter Heine wordt genoemd en alles wat daarbij hoort. In de Sallandse hoevenlijst van plm. 1300 worden onder de marka Heyne al zo'n dertig boerderijen genoemd, maar van een dorp is dan nog geen sprake, want de eerste bewoners vestigen zich op de oostwest liggende dekzandrug, die vanaf de Brink (bij het zwembad), via de Kerkbrink (rondom de NH Kerk) en de Sikkenbrink (hoek Canadastraat-Vlaminckhorstweg) aansluit op de grotere dekzandrug van de Zandsteeg (Lemelerveld-Laag-Zuthem). Zowel ten noorden als ten zuiden van de dekzandrug liggen natte, moerassige gebieden, die hoogstens geschikt zijn als hooi- of grasland. Van een dorp is meer en meer sprake vanaf de late middeleeuwen, maar vooral sinds de zeventiende eeuw. Vanaf die tijd vestigen velen zich als ambachtsman of neringdoende in de buurt van de NH kerk, het toenmalige centrum van de plattelandssamenleving. Heino was vroeger de Marke van Heino, later gemeente Heino, nu behorende bij de gemeente Raalte.
Marken zijn al heel lang geleden ontstaan; ze zijn al bekend in de tijd van Karel de Grote. Bij een marke moeten wij ons voorstellen, dat alle gronden in een bepaald gebied in gezamenlijk bezit en gebruik zijn. De eigenaar van een boerderij had een bepaald aandeel in de marke. Deze eigenaren verpachtten vaak hun gronden aan de meijers (pachtboeren). De marke werd bestuurd door de markerichter en de gezworenen. Zo'n markebestuur bemoeide zich met die zaken, welke nu door het gemeentebestuur worden behartigd. Tegen het midden van de negentiende eeuw zijn de markegronden verdeeld en hield de marke op te bestaan. Een zeer belangrijk man in het markebestuur was de schout. Hij was rechter en bij verkopingen en het opmaken van testamenten was hij de aangewezen persoon. Met het verdwijnen van de marke verdween ook de functie van schout en werd het burgemeestersambt ingesteld. In de Franse tijd werd de laatste schout van Heino, de heer Klomp, burgemeester van Heino.
Heel lang is Heino een dorp geweest met een agrarische inslag, rustig gelegen aan de grote weg van Zwolle richting Twente, waar de boeren hun producten aan de man brachten op de wekelijkse markt. Met de komst van een zuivelfabriek en een coöperatie aan het begin van de twintigste eeuw komen er al veranderingen, maar de echte ontwikkeling van Heino is eigenlijk pas begonnen na de tweede wereldoorlog. Dan komt er een uitbreiding naar het oosten. Vervolgens wordt er gebouwd op De Kampen, Dorpsstraat-West, Heino-Zuid en het Kiezebosch. De industrieterreinen 't Zeegsveld en Blankefoort komen er. Een sprekend voorbeeld van de groei van Heino is wel de groei van het inwonertal. Rond de eeuwwisseling telt Heino 2100 inwoners en thans ongeveer 7850.
De voormalige gemeente Heino bestond uit de kernen Heino, Lierderholthuis en Laag-Zuthem en had een totale oppervlakte van 34 km2. (of 3692 ha)

Vooral door de aanwezigheid van landgoederen is Heino toeristisch gezien
aantrekkelijk voor recreatie.

 

Het ontstaan van Heino

De eerste oorkonde waarin Heino wordt vermeld, dateert uit het jaar 1236. Middels die oorkonde verklaart de bisschop van Utrecht, Otto III van Holland, de hem toekomende tienden (een belasting in natura) te schenken aan het Zwartewaterklooster bij Hasselt. In een oorkonde van 1245 treffen we Heino voor de tweede maal aan, te midden van een opsomming van goederen behorende tot het Zwartewaterklooster.